dinsdag 9 mei 2017

Zo brei je met garen van een oud hoeslaken


Op tafel ligt een oud laken. Het is een jersey eenpersoons onderlaken, waarvan ik alle naden en elastiek en zomen heb afgeknipt. Ik wil dit laken verknippen tot breigaren.

Het is een half uur later. Ik ben in een hoek begonnen en knip spiralen van ongeveer 1,5 cm breed. Ik knip in de hoeken puntjes af zodat op die plekken straks geen vervelende verdikkingen ontstaan in mijn breigaren. Het lijkt veel werk maar de lap wordt snel kleiner.

Nog een half uur later ben ik klaar met knippen. Ik wind het breigaren op een bol. Dat had ik beter steeds tussendoor kunnen doen, want helaas zit ik halverwege met een bijna onontwarbare knoop.

Bij het winden rek ik de repen hard uit: het resultaat is een opgekruld koordje waarmee het straks prima breien is.

Ik merk dat de richting van het knippen belangrijk is: de kanten waar ik de breisteken heb doorgeknipt krullen beter om dan de kanten waar ik met de breisteken heb meegeknipt.

 En je ziet op de foto een grote en een kleine bol: de draad is op een plek geknapt. Te dun geknipt of te hard getrokken?

Wat zal ik hiermee eens gaan maken? Van dit ene jersey eenpersoons hoeslaken brei ik twee handdoekjes en drie washandjes.

Op een foto zie je nog net wat ik over heb: 50 cm garen.


Breigaren maken van een laken


Van het laken heb ik eerst een grote bol breigaren gemaakt: knippen, knippen, knippen.





Handdoekjes breien

Ik zet met de dikste breinaald die ik heb 36 steken op en brei eerst drie ribbels recht. Aan de zijkanten maak ik een simpele kantsteek. Na de drie ribbels ga ik verder met de volgende verdeling: kantsteek - 3 recht - 28 tricot - 3 recht - kantsteek. Een uurtje later is het tricot middendeel een net vierkantje. Dan brei ik nog drie ribbels, zorg ervoor dat ik eindig aan dezelfde kant als de opzetdraad, en kant dan af. Op deze wijze zitten de begindraad en einddraad diagonaal tegenover elkaar. Met ander gekleurd katoen erbij maak ik van de langste van de twee een ophanglusje, en van de andere een kwastje.


Washandjes breien

Met gewone breikatoen zet ik 28 steken op. Hiermee brei ik een ronde boord 1r 1a tot ongeveer 5 cm. Dan pak ik mijn zelfgemaakte breidraad en brei met dezelfde naald 1 ronde recht. Dan ga ik verder met de dikste rondbreinaald die ik heb. Ik brei drie rondes tricot, en dan ga ik heen en weer tricot breien, zodat aan een van de zijkanten een split ontstaat waar ik straks mijn duim doorheen wil steken om mijn stukje zeep goed vast te pakken. Na 12 toeren met split ga ik verder in het rond, tot een van 28 toeren.
Dan begint de mindering. Ik minder vier keer in de ronde door twee steken samen te breien: in het midden en aan het eind van de voorste naald, en hetzelfde bij de achterste naald. De volgende ronde minder ik niet. Na 12 rondes heb ik nog vier steken over. Ik knip mijn breidraad op 10 cm af, haal die door deze 4 steken en werk hem weg aan de binnenkant.

Het resultaat: superzachte washandjes en handdoekjes!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen